Nationaal Programma Longonderzoek

Vernieuwend onderzoek leidt niet alleen tot doorbraken in preventie en behandeling van longziekten. Het zal daarnaast toponderzoekers en subsidies naar Nederland halen. Bovendien draagt het bij aan een positief imago van longonderzoek in Nederland en creëren we daarmee  een sterke concurrentiepositie van Nederlands longonderzoek, zowel nationaal als internationaal.

De Taskforce

  • Peter Sterk, voorzitter, Prof, MD PhD, longfysioloog, AMC Amsterdam
  • Gert-Jan Braunstahl, vice-voorzitter, MD PhD, longarts Sint Franciscus gasthuis, Rotterdam
  • Irene Heijink, PhD, Pathologie en Medische biologie, UMCG Groningen
  • Machteld Hylkema, PhD, immunoloog, UMCG Groningen
  • Barbro Melgert, Assistent Prof, PhD, Immunologie en Allergie, Rijksuniversiteit Groningen
  • Herman Meurs, Prof, PhD, Immunofarmacologie, Rijksuniversiteit Groningen
  • Tom Ottenhoff, Prof, PhD, immunoloog, LUMC Leiden
  • Marielle Pijnenburg, MD PhD, kinderlongarts, ErasmusMC Rotterdam
  • Tom van der Poll, Prof, PhD, onderzoeker infectieziekten, AMC Amsterdam
  • Robbert Rottier, PhD, onderzoeker Moleculaire Biologie, Erasmus Rotterdam

Laatste wapenfeiten

18 11 2016Verslag Lung Repair and Regeneration Symposium

Report NRS Symposium “Lung Repair and Regeneration” November 11th, Amsterdam.

The symposium was organized by Prof Irene Heijink (UMCG, Groningen) and Dr Robbert Rottier (Erasmus MC, Rotterdam) as part of the NRS task force Innovative Research.

The goal of the meeting was to stimulate research in the Netherlands aimed at repair of damaged lung tissue.

In the past decade, research in the field of regeneration of lung tissue has rapidly developed and has generated promising results from animal models and clinical trials using e.g. tracheal implants seeded with autologous cells. Research on lung developmental processes has provided new information on the potential role of stem and progenitor cells as well as key pathways involved in lung tissue repair and regeneration. Nevertheless, the challenge of regenerative medicine is considerable, because of the complex architecture of the normal lung.  The development of therapeutic strategies to enhance tissue repair/regeneration in situ or to use engineered lung tissue for implantation will require the development of more advanced in vitro, ex vivo and/or in vivo models and technologies to study strategies for repair or regeneration of injured lung tissue, including advanced culture models.

In order to achieve the goals set at the onset, we have prepared a program that covered the development at the cellular level as well as the progress made in the biomaterial engineering field.

The organizers were very pleased with the active participation of the invited speakers, who not only delivered excellent and interesting presentations, but also participated in the discussions.
The meeting was opened by Robbert Rottier, who explained the ongoing efforts of the NRS to stimulate the lung field and highlighted the implementation of the task forces.

Then, Prof Hans-Willem Snoeck discussed the work ongoing in his lab to generate lung tissue from human iPS cells. Strikingly, he showed that in contrast to the mouse, FGF10 is less important in human lung development, with a more critical role for KGF. This presentation was appropriately followed by an excellent overview of Prof Saverio Bellusci who discussed the role of Fgf10 and Broncho-Pulmonary Dysplasia. The next speaker of this session, Prof Adam Giangreco showed the power of mining existing datasets if one has a well-defined question. By comparing gene expression data from developmental stages with those derived from tumors, he identified potential new targets for therapeutic strategies. The session was closed by Prof Irene Heijink who explained the importance of mesenchymal stromal cells (MSCs) and their interaction with the extra cellular matrix in the repair of emphysematous lungs.

After the coffee break, Prof Robert Vries showed the potential of using (intestinal) organoids to predict the correct medicine use in cystic fibrosis. Prof Séverine le Gac nicely introduced the audience to microfluidic technology and she carefully explained the current technical possibilities. Her presentation was followed by Dr Darcy Wagner who showed the use of decellularized lungs and recellularization in order to study lung diseases.

The last session involved three talks of Lung Foundation-sponsored consortia focused at lung repair and regeneration. The first was presented by Prof Jan Stolk who discussed the role of MSCs in the treatment of emphysema and showed data on a clinical trial with MSCs. His presentation was followed by lectures of two bioengineering experts, on by Andre Poot, who presented the work on the development of an alveolus on a chip, and the other by Prof Toin van Kuppevelt, who explained about the construction of bioactive lung scaffold and the importance of having the correct extracellular matrix components for regenerative medicine.

The symposium was closed with an excellent presentation by Prof Mauricio Rojas who stressed the promising role of  MSCs and the importance of using the right mouse model, especially related to aging.

In conclusion, the speakers and the audience well interacted over coffee and lunch, and both Irene and I feel that this day will contribute to future collaborations.

We like to thank the NRS for sponsoring this event, and we like to thank all people involved for making this symposium a true scientific treat.

Special thanks to Inez van den Burg for all support in organizing this meeting!

01 09 2016verslag TC 30-08-2016

Verslag TC 30-08-2016
Aanwezig: Heyink, Rottier, Melgert, Hylkema, Braunstahl

1. Het Symposium Lung Repair staat gepland op 11 november 2016. Volgende week volgt uitnodiging via de mail voor NRS en Nederlandse ERS leden. Ook op website NRS komt een aankondiging te staan. Er is een maximaal deelnemeraantal van 150. De NRS is hoofdsponsor. Voor de mensen die het symposium niet hebben kunnen bijwonen volgt een terugkoppeling via de NRS site. Dit kan via video, keyslides en verslag. Er wordt door de organisatie nog gekeken naar de meest ideale vorm. Bij deze meeting zullen er ook mensen uit andere vakgebieden worden uitgenodigd om een bredere discussie te krijgen.
2. In november 2015 hebben we als taskforce "Een Leven Lang Longen" georganiseerd. Het is de bedoeling om dit eind 2017 weer een vervolg te geven. Wellicht is een 1-daagse meeting voldoende. Er moeten zeker weer patiënten bij worden uitgenodigd. We kunnen dan tevens een terugkoppeling geven van de acties die sindsdien zijn ondernomen om de vastgestelde speerpunten van onderzoek meer prioriteit te geven. 
3. In het kader van stimuleren van uitwisseling tussen vakgroepen/onderzoeksgebieden bestaat er een behoefte aan een soort nationaal fellowship (bestaande uit bench fee, reiskosten etc.) die (jonge) onderzoekers zouden kunnen aanvragen. Dit hoeft niet om een hoog bedrag te gaan en dient meer ter aanmoediging. 
4. Samenwerking met onderzoeksgebieden buiten het medische vlak is reeds opgepakt door de TF kruisbestuiving. Er zijn al ideeën voor het opzetten van een meeting. Afstemming met onze TF over de inhoud zal t.z.t. plaatsvinden. 
5. Eind oktober (26 oktober 2016) is er weer een bijeenkomst van de verschillende taskforces in Amersfoort waar we kunnen afstemmen over nieuwe initiatieven.

06 03 2016Verslag bijeenkomst 2 maart 2016

NRS Nationaal Programma Longonderzoek, Taskforce Stimuleren van vernieuwend onderzoek

De taskforce heeft er voor gekozen om de 10 NRS doelen terug te brengen tot 3 concrete kernactiviteiten waarmee in samenhang veel van de doelen kunnen worden bereikt:

  • Focus op ‘grote vragen’
  • Uitwisseling van onderzoekers en data
  • Transdisciplinaire input

Eerste priortiteit was het organiseren van een tweedaagse conferentie met patiënten, onderzoekers en alle partijen die betrokken zijn bij longonderzoek in Nederland om gezamenlijk te bepalen welke vijf gebieden het meest kansrijk zijn voor longonderzoek:

  • Ontrafelen van ziekteoverstijgende mechanismen
  • Fenotypering en monitoring van individuele patiënten
  • Ontwikkeling van regeneratieve longgeneeskunde
  • Vermindering van vermoeidheidverschijnselen
  • Bepalen van vroege determinanten en detectie

Tijdens de discussie kwam verder nog naar voren dat het belangrijk en haalbaar is om ‘quick wins’ te formuleren, expliciete voordelen voor patiënten te benoemen, en het nut van leefstijlinterventies te onderbouwen. Tevens werd duidelijk dat samen optrekken met andere onderzoeksvelden en beleidsmakers veel kansen biedt (innovatie door samenwerking). Het is de bedoeling om de lijst van meest kansrijke onderzoeksgebieden leidend te laten zijn bij toekomstige calls voor longonderzoek in Nederland. Iedere 3 jaar zullen de onderzoeksdoelen opnieuw worden geëvalueerd en waar nodig worden bijgesteld.

03 02 2015Vernieuwing van onderzoek moet continu doorgaan

Eerste bijeenkomst Amersfoort

Deelnemers  

Aanwezig: Peter Sterk (voorzitter), Gert-Jan Braunstahl (vice-voorzitter), Irene Heijink, Machteld Hylkema, Barbro Melgert, Herman Meurs, Dirkje Postma, Robbert Rottier
Afwezig mk: Tom Ottenhoff

Waarom willen we dit?

Het stimuleren van vernieuwend onderzoek is onderdeel van de missie en daarmee een kernactiviteit van de NRS. Vernieuwend onderzoek is daarbij bijna een tautologie. Onderzoek moet altijd vernieuwend zijn, los van het feit of het fundamenteel, klinisch en/of zorgonderzoek betreft. Toch bestaat er een spanningsveld tussen het vernieuwend onderzoek zélf en de implementatie van onderzoeksresultaten. Dit laatste vereist ook onderzoek en wordt – terecht - meer dan voorheen door subsidiegevers en de samenleving gestimuleerd. Toch worden onderzoekers door hun instituten en wetenschappelijke verenigingen voornamelijk beoordeeld op basis van het vernieuwende karakter van onderzoek, zoals zou kunnen blijken uit de ‘hoogte’ en citaties van publicaties. De NRS onderkent dit spanningsveld en streeft ernaar om de link tussen vernieuwing en implementatie te versterken.

Wat willen we bereiken?

Het stimuleren van vernieuwend onderzoek kan bevorderd worden door de volgende activiteiten:

  • ‘Grote vragen’ koppelen aan onderzoek. Vernieuwende inzichten in fundamenteel onderzoek kunnen belangrijke klinische vragen helpen vlot trekken. En ook andersom. Hierbij fungeert de ‘grote vraag’ als trekker van verdere vernieuwing. De NRS kan onderzoekers hier actief bij ondersteunen middels brainstorm sessies.
  • Interdisciplinair onderzoek. Veel vernieuwing ontstaat door (onverwachte) links tussen verschillende disciplines. Dit moet actief opgezocht worden. De NRS kan vanwege zijn breedte onderzoekers actief in contact brengen met andere disciplines. Dat kan zelfs buiten de geneeskunde zijn, iets dat zeker lastiger zal zijn maar toch enorm stimulerend kan werken. De NRS kan hiertoe bijvoorbeeld actief contact leggen met technische universiteiten of andere onderzoeksinstituten en deze instituten te verbinden.
  • ‘Out of the box’ denken. Ook hier geldt dat vernieuwing vaak gebaseerd is op onverwachte ideeën. Natuurlijk brengt dit risico’s met zich mee, iets dat impliciet is aan cutting-edge onderzoek. De NRS kan op dit gebied inspirerend zijn door onderzoekers bloot te stellen aan de meest originele geesten in het veld o.a. door niet-long onderzoekers uit te nodigen bij brainstorm sessies.
  • Training. Vernieuwend zijn is niet alleen gebaseerd op plotselinge briljante ideeën, maar ook op gedegen training. Hoe onderkennen we kansen? De NRS kan hier een seminar of zelfs misschien een research e-learning voor opzetten.
  • Het uitwisselen van modellen. Goed onderzoek is afhankelijk van de kwaliteit van de onderzoeksmodellen. Uitwisseling van modellen is een gegarandeerde stap richting betere kwaliteit en kan ook nieuwe toepassingen stimuleren. Een goed voorbeeld is het al jaren functionerende Animal Model Symposium van de NRS, waar onderzoekers elkaars modellen uitwisselen en optimaliseren. Dit kan gekopieerd worden in andere subvelden.
  • Minder protectieve houding. In lijn met het vorige punt is het nodig dat longonderzoekers in Nederland sneller en meer open zijn richting collega’s met betrekking tot hun resultaten. Dit raakt aan een gevoelig punt (eigendom van onderzoeksgegevens), maar de NRS kan een contractuele en juridische basis laten leggen voor beschermde uitwisseling.
  • Uitwisseling van onderzoekers. Onderzoeksgroepen, hoe goed ook, werken in Nederland vaak nog tamelijk geïsoleerd. Er is snelle winst te behalen door onderzoekers uit te wisselen, iets dat Marie Curie en Respire-2 op Europees niveau al onderkend hebben. De NRS kan uitwisseling met min of meer gesloten beurzen stimuleren via een dedicated website tool en indien nodig met een standaard contract.
  • Een onderzoeks-etalage. In navolging van klinische etalages van diverse instituten kan een onderzoeks-etalage helpen bij het kenbaar maken van expertise en interesse. Dit kan dwarsverbanden stimuleren en daarmee de slagvaardigheid van onderzoek. De NRS kan een dergelijke online etalage landelijk helpen opzetten en beheren.
  • Gezamenlijke plannen met Taskforce 2 (Ondersteuning jonge onderzoekers) op het gebied van het trainen en begeleiden van jonge onderzoekers bij het aanvragen van persoonlijke subsidies door de ‘toppers’ in het longenveld bij Longfonds, Veni, Vidi, Vici, ERC. Dergelijke procedures met supportgroepen voor aanvragers van persoonlijke subsidies bestaan al binnen de diverse instituten en kunnen binnen de NRS speciaal voor longonderzoekers worden ingesteld.
  • Gezamenlijke plannen met Taskforce 3 (Kruisbestuiving binnen en buiten longziekten) ter bevordering van het aanreiken van kennis, kansen en methoden uit aanpalende onderzoeksterreinen.  Binnen longziekten kan dit via directe contacten op de raakvlakken in de matrix van het Nationaal Programma Longonderzoek verwezenlijkt worden. Buiten longziekten zal dit bereikt moeten worden middels gezamenlijke, thematische activiteiten met andere wetenschappelijke verenigingen. De NRS kan hierbij concreet het voortouw nemen door de oorspronkelijke ziekte-gerelateerde teams te koppelen.

Al deze  punten zullen door de Taskforce uitgewerkt worden met actiepunten.

De 10 bovenstaande activiteiten kunnen niet separaat en parellel door de NRS worden aangepakt. Vandaar dat de Taskforce er voor gekozen heeft om de 10 doelen terug te brengen tot 3 concrete kernactiviteiten waarmee in samenhang veel van de doelen kunnen worden bereikt:

  • Focus op ‘grote vragen’
  • Uitwisseling van onderzoekers en data
  • Transdisciplinaire input

Onderweg naar de wetenschap van morgen!